Flora Fauna Symbolen Voorwerpen Kleuren

Voorwerpen en hun betekenis



Fakkel of toorts:
De omgekeerde (brandende) fakkel was al voor de oudheid symbool van het gedoofde leven en attribuut van de dood. Een brandende fakkel verwijst naar (hernieuwd) leven (wederopstanding). Vaak zijn twee gedoofde fakkels kruislings afgebeeld

Hamer:
beroepsaanduiding of vrijmetselaarssymbool

Kaars of kaarslicht:
Symbool van licht, dat de goddelijke harmonie weerspiegelt. Symbool van Christus als het licht van de wereld (Johannes 8:12)

Obelisk:
In het oude Egypte was de obelisk, met haar vier zijden en piramide-achtige punt, symbool van het heersen over de vier windstreken, teken van macht. Later werd dit het symbool van standvastigheid en deugd

Olielamp:
Symbool van het eeuwige licht, verwijzend naar de eeuwigheid en de onsterfelijkheid. Het is het symbool van Christus, die het licht der wereld is (Johannes 8:12)

Passer met winkelhaak:
vrijmetselaarssymboliek. De passer verwijst naar de ideale cirkel van de alomvattende mensenliefde. De winkelhaak en de rechte hoek staan voor de rechtvaardigheid. De twee gereedschappen zijn maatgevend en leren de vrijmetselaar evenwichtig door het leven te gaan.

Pijl:
Symbool van een marteldood en attribuut van de heilige Sebastianus, de patroon tegen de pest. In de kunst werd de dood wel als skelet afgebeeld terwijl hij een pijl afschiet. Pijlen zijn vaak te zien in hekwerken of toegangspoorten van begraafplaatsen

Piramide:
staat voor de perfecte bouw en voor volmaakte afbouw van het leven.

Ringen: Evenals de cirkel duidt de ring op oneindigheid. Twee met elkaar verbonden ringen symboliseren hemel en aarde en de verbondenheid van twee mensen

Rots: onveranderlijkheid en sterkte.

Schelp:
Symbool van vruchtbaarheid, liefde, huwelijk en leven. De christelijke symboliek beschouwt de schelp als beeld van het graf, dat de mens na de dood omsluit, voor hij mag opstaan. De voorstelling van de bevruchting van de als tweeslachtig beschouwde schelpdieren door de dauw uit de hemel, maakt de schelp ook tot Mariasymbool.

Spade:
attribuut van de doodgraver. In de vorige eeuw liep de doodgraver op de begraafplaats dikwijls voor de lijkkist ui met de spade op de schouder.

Urn:
Symbool uit de klassieke oudheid van de dood en de rouw. Het woord urn is afkomstig van het Latijnse 'urna' van het werkwoord 'urere' dat verbranden betekent. Een urn op een grafmonument is vaak half bedekt door een rouwsluier. Een sluier of draperie betekent zich afwenden van de buitenwereld. Een sluier, gedrapeerd om een asurn, symboliseert het afdekken of bedekken van het leven

Vaas:
Een vaas, vaak gevuld met bloemen, verwijst naar het leven; een vaas met verdorde bloemen verwijst naar de dood

Zandloper:
De zandloper duidt op het kortstondige van het leven en op het gestadig naderen van het stervensuur. Als symbool van de dood komt de zandloper voor het eerst voor in de late middeleeuwen. De meeste zandlopers zijn voorzien van vleugels. Die symboliseren de tijd die vervliegt en de vergankelijkheid van de mens (Psalm 90). Meestal zijn het de vleugels van een duif, maar het komt ook voor dat de zandloper is voorzien van één duivevleugel en één vleermuisvleugel. Dit staat symbool voor het vervliegen van het leven, bij dag en bij nacht, bij goed en bij kwaad. De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de christelijke traditie gezien als het nieuwe leven en de wederopstanding

Zeepbel: Een zeepbel is vanaf de zestiende eeuw een symbool van de vergankelijkheid. 'Homo Bulla' (de mens is een zeepbel) werd wel als grafschrift gebruikt

Zeis:
De zeis is het attribuut van de dood. In de middeleeuwen wordt de dood al afgebeeld als skelet, met in de rechterhand een zeis. Dit symboliseert de onverbiddelijkheid van de dood.

Zon:
Symbool van zowel de beëindiging van het leven als de wederopstanding

Zuil:
Letterlijk is een zuil de fysieke drager van gebouwen, ze symboliseren daarin de sterkte of kracht en de duurzaamheid. Zonder deze noodzakelijk steunelementen zou het gewelf instorten. Als metaforisch element duidt het op het feit dat de drager de zwakkere ondersteund. Zoals bijvoorbeeld de apostelen de steunpilaren van de kerk zijn. Of een vader de steunpilaar van de familie. Vaak symboliseert een zuil ook het mannelijk geslacht.

In een grafmonument word de zuil op diverse manieren toegepast. Als eerste als onderdeel van een grafmonument ter ondersteuning. En ten tweede als symbolisch element op het graf zelf. Dit vaak in de vorm van een afgebroken zuil. Deze zuil is dan ook niet een teken van vandalisme, maar als allegorie voor een plotseling en te vroeg of jong afgebroken leven. Het gaat hier vaak om het onverwachts wegvallen van de steunpilaar of levenszuil. Bijvoorbeeld door een ongeluk of zelfs moord. Soms wordt er ook in plaats van een zuil een afgebroken boomstam of zelfs een boomstam met een bijl erin gebruikt, maar de betekenis blijft hetzelfde. Af en toe wordt een zuil versierd met diverse elementen als guirlandes (slinger van bloemen, bladeren of vruchten), een bloemenkrans of zelfs een slang. Een slang om een zuil symboliseert de kracht in wijsheid van de persoon. Soms wordt er ook de gebroken zuil bedekt met een rouwkleed. Dit wordt 'een gesluierde zuil' of 'een gesluierde dame' genoemd.

Een andere betekenis die aan een zuil gegeven wordt, is het symbolisatie van triomfen. Deze triomfzuilen of erezuilen worden vaak opgericht ter herdenking van een overwinning of een belangrijk persoon die overwinning heeft bewerkstelligd. Het monument op Trafalgar Square in Londen ter ere van de Britse zeeheld Horatio Nelson, is daar een goed voorbeeld van. Deze monumenten blijven eeuwig bestaan en zijn vaak bedoelt om veel indruk te maken. De naam monument komt van het Latijnse woord monumentum wat "dat wat herinnert" betekent